Lens (1)
De telescoop op deze afbeelding is een lezenkijker. Een telescoop die met een lens werkt, wordt ook wel een refractor genoemd. De lens is gericht naar het object dat je wilt bekijken.
Een belangrijke taak van een lens is het verzamelen van zoveel mogelijk licht. Hoe groter de lens, hoe meer licht de telescoop kan verzamelen en hoe meer zwakke sterren je kunt zien. Net zoals een grote emmer meer regendruppels vangt dan een kleine beker.
Grote telescopen werken meestal niet met lenzen, maar met spiegels. Een telescoop die met een spiegel werkt, wordt ook wel een reflector genoemd.
Kijkerbuis (2)
De kijkerbuis houdt aan de ene kant de lens vast en en aan de andere kant het oculair. Een kijkerbuis is meestal van metaal, maar oude telescopen hebben vaak een houten buis.
De telescoopbuis kan om twee assen draaien waarmee de telescoop naar op elk gewenst punt aan de hemel kan worden gericht. Ook moeten we tijdens het waarnemen compenseren voor de draaiing van de aarde. De aarde draait immers van west naar oost en daardoor lijken de zon, de maan en de andere hemellichamen te bewegen van oost naar west.
Oculair (3)
Als je door een telescoop kijkt, dan kijk je door het oculair. De naam komt van het Latijnse oculus, oog. Het oculair is tijdens het waarnemen naar het oog gericht. Het oculair zit in de oculairhouder van de kijkerbuis.
Als je een andere vergroting wilt kiezen, dan kun je het oculair verwisselen voor een ander oculair met een andere brandpuntsafstand. Na het plaatsen van een ander oculair moet je opnieuw scherpstellen.
Voor scherpstellen kan de afstand van het oculair tot de lens worden veranderd. Hiertoe is de oculairhouder voorzien van een scherpstelschroef.
Zoeker (4)
Hoe sterker de vergroting van de telescoop, hoe kleiner het beeldveld. Bij een sterke vergroting is het een beetje alsof je door een rietje kijkt. Daardoor kan het nog best lastig zijn om de telescoop op het gewenste object te richten.
Op de grote kijkerbuis is daarom een kleinere telescoopbuis gemonteerd: de zoeker. De zoeker heeft een kleinere vergroting en een groter beeldveld. Je kunt dit vergelijken met het kijken door een sleutelgat. Hoe kleiner de afstand van je oog tot het sleutelgat, hoe meer je kunt zien van de kamer aan de andere kant. Door het grote beeldveld kun je het hemellichaam gemakkelijker vinden en kan de telescoop eenvoudiger worden gericht.
Montering (5)
De montering is een constructie die de telescoop draagt. De montering heeft als taak de telescoop te richten en het hemellichaam nauwkeurig en trilingsvrij te volgen. Vaak heeft de telescoop een gemotoriseerde aandrijving.
Een goede montering is robuust uitgevoerd. Want als een telescoop honderd keer vergroot, dan worden eventuele trillingen ook honderd keer vergroot.
Om het hemellichaam te kunnen volgen is vaak één van de assen zodanig gemonteerd dat deze evenwijdig loopt met de aardas. Deze as is gericht naar de noordelijke hemelpool en noemen we de poolas. Terwijl de aarde van west naar oost draait, wordt de telescoop in dezelfde tijd om de poolas van oost naar west gedraaid. Zo wordt gecompenseerd voor de draaiing van de aarde en blijft het hemellichaam precies in het midden van het beeldveld staan.
Contragewicht (6)
Doordat één van de assen schuin (evenwijdig aan de aardas) is opgesteld, is een contragewicht nodig. Met het contragewicht worden alle bewegende delen van een telescoop in balans gebracht. Het zwaartepunt van alle bewegende delen valt dan samen met het snijpunt van de twee assen, waardoor de telescoop soepel om beide assen kan worden gedraaid.
© Marc Reumerman
De natuur stopt niet bij de toppen van de bomen. Zoek de maan en vind de helderste sterren en planeten. Geniet meer van de natuur na zonsondergang