Op deze pagina zijn 24 afbeeldingen opgenomen van de sterrenhemel: voor iedere maand een afbeelding van de zuidelijke en de noordelijke sterrenhemel. Met behulp van deze afbeeldingen kun je de eerste stappen zetten in het verkennen van de sterrenhemel. Het is leuker om naar de sterren te kijken, als je weet waar je naar kijkt.
Als je in de maanden januari en februari ’s avonds in de richting van het zuiden kijkt, dan zie je de heldere sterren van de Winterzeshoek: Sirius, Procyon, Pollux, Capella, Aldebaran en Rigel. Dan heb je meteen zes verschillende sterrenbeelden gevonden.
Vervolgens kun je van ster naar ster huppen. Probeer eerst de helderste sterren te vinden en hup vervolgens naar minder heldere sterren. Als je bijvoorbeeld Pollux hebt gevonden in het sterrenbeeld Tweelingen, dan heb je zijn tweelingbroer Castor ook snel opgespoord.
In de loop van de avond lijkt de sterrenhemel te draaien. In het westen gaan sterren onder en in het oosten komen nieuwe sterren op. Later op de avond zie je dus andere sterrenbeelden dan aan het begin van de avond. In werkelijkheid bewegen niet de sterren van oost naar west, maar draait de aarde om haar as van west naar oost.
Afhankelijk van waar je woont, de dag van de maand en het uur van de dag, zul je misschien iets meer richting het zuidoosten of het zuidwesten moeten kijken. Maar je vindt al snel enkele heldere sterren, die je als herkenningspunten kunt gebruiken.
Schemering
Als de zon ’s avonds ondergaat in het westen, dan werpt de westelijke horizon een schaduw op de atmosfeer in het oosten. Dit ziet eruit als een donkere, grijsblauwe band, die vanuit de oostelijke horizon omhoogkomt. De aardschaduw kun je ook ’s morgens zien in het westen, net voordat de zon opkomt. Dan werpt de oostelijke horizon een schaduw op de atmosfeer in het westen.