Welkom bij Maanwijzer online

Tips voor sterrenkijken

Als je nog jong bent, vertel dan altijd waar je naartoe gaat en hoe laat je weer thuis bent. Neem je mobiele telefoon mee. En als je nog heel jong bent, neem dan altijd een volwassene mee. Samen zie je meer en het is nog gezellig ook!

1. Ga sterrenkijken op een heldere, maanloze nacht.

Hoe minder maan je ziet, hoe meer sterren je ziet. De zwakste sterren zie je bij een heldere hemel en nieuwe maan. Bij nieuwe maan staat de maan ongeveer tussen de zon en aarde. We kijken dan naar de schaduwkant van de maan en de maan is dan niet te zien.

Raadpleeg een maankalender op internet om voor elke dag de maanfase te bekijken en om te zien wanneer het nieuwe maan is.

2. Oriënteer je vooraf op wat er aan de hemel te zien is.

Het is leuker om de sterrenhemel waar te nemen, als je weet waar je naar kijkt. Probeer iedere keer als je gaat waarnemen een paar nieuwe sterren en een nieuw sterrenbeeld te vinden.

Een goede app om je vooraf te oriënteren op wat je kunt zien is Stellarium. Stellarium is een open-source programma, waarmee je een realistische 3D sterrenhemel op je beeldscherm kunt bekijken. Je kunt de sterrenhemel bekijken op elk gewenst moment en vanaf elke plek op aarde.

3. Kleed je warm aan en neem warm drinken mee.

Helderen nachten zijn vaak koude nachten. Kleed je vooral in de winter goed aan. Kleed je in laagjes en draag schoenen met dikke zolen.

Een mooie sterrenhemel zie je meestal als de lucht heel droog is en dan verlies je snel vocht. Warme chocolademelk of water voorkomen uitdroging. Geen alcoholhoudende drank gebruiken, want dan verliest je lichaam snel warmte waardoor je snel afkoelt.

4. Neem een draaibare sterrenkaart en een zwak rode zaklamp mee.

Een draaibare sterrenkaart is een handig hulpmiddel om de helderste sterren en bekendste sterrenbeelden te leren kennen. Een draaibare sterrenkaart wordt ook wel een planisfeer genoemd.

Een draaibare sterrenkaart is alleen bruikbaar voor een bepaalde geografische breedte. Als je in Nederland of België woont, dan kies je een sterrenkaart voor breedte van ongeveer 50 graden noorderbreedte.

Bekijk de sterrenkaart met een zwakrode zaklamp. Met zwak rood licht blijft je nachtzicht behouden.

5. Zoek een donkere plek ver weg van kunstlicht en met vrij uitzicht op de horizon.

Hoe meer kunstlicht, hoe minder sterren je ziet. Teveel lampen, te hoog vermogen, te lang laten branden en verkeerd gerichte lampen zorgen ervoor dat de sterrenhemel nauwelijks meer zichtbaar is. Ga dus niet sterrenkijken in de buurt van veel kunstlicht of waarbij kunstlicht direct in je ogen schijnt.

6. Laat je ogen minimaal vijftien minuten wennen aan het donker.

Onze ogen hebben het vermogen om zich aan te passen aan verschillende niveaus van lichtsterkte. De aanpassing van donker naar licht duurt meestal enkele seconden en hooguit enkele minuten. Andersom kan het wel twintig minuten duren voordat onze ogen zich hebben aanpast aan het donker.

Laat je ogen daarom minimaal vijftien minuten wennen bij de overgang van licht naar donker, bijvoorbeeld bij het verlaten van een goed verlichte kamer naar een donkere nacht.

7. Begin met het herkennen en benoemen van heldere circumpolaire sterren.

De sterren in de buurt van de Poolster kun je vanaf het noordelijk halfrond altijd zien, mits het voldoende donker is en onbewolkt.

Als je vanaf het noordpunt een cirkel tekent met de Poolster als middelpunt, dan staan de sterren en sterrenbeelden binnen deze cirkel altijd boven de horizon. Dat zijn de circumpolaire sterren. Vanuit Nederland en België gezien zijn de sterren van de Steelpan en het sterrenbeeld Cassiopeia circumpolair.

8. Gebruik heldere sterren als wegwijzer om minder heldere sterren te vinden.

Heldere sterren kun je als vertrekpunt gebruiken om minder heldere sterren te vinden. Het springen van ster naar ster noemen we sterhoppen. Je kunt een sterhop het beste thuis voorbereiden, bijvoorbeeld met het programma Stellarium.

9. Ga regelmatig sterrenkijken en probeer seizoensgebonden sterren te herkennen.

Als de aarde alleen om haar eigen as zou draaien, dan zou je iedere avond dezelfde sterrenhemel zien. De aarde draait echter ook in een jaarlijkse baan om de zon. Hierdoor verandert de aanblik van de sterrenhemel gedurende het jaar en zie je in elke seizoen andere sterrenbeelden.

Iedere dag lijken de sterren vier minuten eerder op te komen in het westen en ze gaan ook vier minuten eerder onder in het oosten. Na een maand is dit verschil al opgelopen tot twee uur. Na een halfjaar is het verschil opgelopen tot twaalf uur. Dan staat de aarde aan de andere kant van de zon en dan kijken we aan de nachtzijde uit over een ander deel van de ruimte. Dan zie je dus andere sterrenbeelden. Na een jaar zie je dezelfde sterren als een jaar eerder en dan begint de cyclus weer opnieuw.

© Marc Reumerman